Echte vriendschap: lachen, luisteren en soms samen lelijk huilen
Vriendschap. Het klinkt als een simpel woord, maar het is eigenlijk een van de meest waardevolle dingen in het leven. Geen oppervlakkig “hoe gaat het?” maar iemand die écht luistert, die weet wat je bedoelt als je alleen maar “meh” zegt, en die je mop al afmaakt voordat je hem vertelt.
Voor mij draait vriendschap om een paar belangrijke dingen. Allereerst: klaarstaan voor elkaar. Niet alleen als het goed gaat en je samen de slappe lach hebt om iets stoms op tv, maar juist ook op die dagen dat je hoofd vol zit, je haar niet wil meewerken en je humeur onder het vriespunt ligt. Een echte vriend(in) merkt dat. En die komt dan niet altijd met oplossingen, maar met thee, chocola of gewoon een oor dat niet oordeelt.
Respect is ook zo’n sleutelwoord. Want hoe fijn is het als je gewoon jezelf kunt zijn, met je eigen mening, gekke gewoontes of ongevraagde filosofieën over het leven? Ik hoef het niet altijd met iemand eens te zijn – graag zelfs niet, anders wordt het wel heel saai – maar dat je elkaar serieus neemt, dat je ruimte laat voor verschil, dát maakt een band echt sterk.
En dan is er humor. Onmisbaar. Zonder lachen wordt het allemaal veel te zwaar. Ik wil kunnen gieren om flauwe woordgrappen, samen filmpjes kijken die zo slecht zijn dat ze weer goed worden, of midden in een serieus gesprek ineens keihard lachen om iets totaal onbenulligs. Want dat lucht op. Humor is de lijm die alles bij elkaar houdt, ook op de momenten dat je het liefst even zou verdwijnen onder een dekentje.
Wat ik misschien het allermooist vind, is dat vriendschap geen perfecte versie van jezelf vraagt. Je hoeft geen toneelstuk op te voeren. Je mag moe zijn, stil zijn, boos zijn of zelfs gewoon even chagrijnig zonder uitleg. En dat er dan iemand is die zegt: “Laat maar, ik zit gewoon naast je.” Of: “Kom, we gaan iets geks doen.”
Echte vriendschap is dus geen constante feeststemming of een oneindige ‘feel good’-film. Het is soms rauw, soms stil, soms chaotisch. Maar altijd echt. En als je met iemand kunt lachen én huilen, en zelfs ruzie kunt maken zonder elkaar kwijt te raken… dan heb je goud in handen.








Praat je mee? Ik bijt niet (meer)!