Gister had ik weer zo’n moment waarop je denkt: ja hoor, ik ben officieel een kunstwerk geworden. Of in elk geval mijn nagels. Mijn nagelstyliste (Rizzz Nailz)– die ik inmiddels gewoon “mijn persoonlijke Picasso” noem – heeft zich dit keer uitgeleefd op een kleurenthema dat nóg meer zegt dan woorden: de kleuren van mijn nieuwe bikini.
Ja, je leest het goed. Mijn nagels matchen nu met mijn badkleding. Niet alleen praktisch (je weet wel, voor het geval ik ineens met mijn handen mijn bikini moet aanwijzen), maar vooral esthetisch verantwoord. Denk zonsondergang meets zomercocktail meets… nou ja, mezelf op een ligbed met een veel te groot zonnehoedje.
Ze heeft er serieus werk van gemaakt. Eén nagel lijkt verdacht veel op het zonlicht dat door een piña colada schijnt. Toeval? Zeker niet. Intentie? Absoluut. En het mooiste: dit is niet de eerste keer dat ze mijn nagels tot een mini-expositie verheft.
Begin dit jaar – flashback alert – ging ik naar de Dutch Open Darts, en wat had ik toen op mijn nagels? Juist: dartborden. Op mijn vingers. Miniatuur bullseyes, pijltjes en zelfs een glitteraccentje voor dat ‘180!-gevoel’. Het was alsof mijn handen klaar waren om zélf het podium op te stappen. Mensen vroegen me serieus of ik profdarter was (ik heb vriendelijk gelachen en mijn worp maar niet laten zien).

Dus ja, dit is geen gewone nagelstyliste. Dit is een vrouw met visie, een penseel, en lef. Ze denkt in thema’s, leeft zich uit, en voor ik het weet loop ik rond met een tropisch kunstwerk of een setje darts op tien vierkante centimeter.
Wat heb ik hiervan geleerd?
- Nooit de creatieve kracht van een nagelstyliste onderschatten.
- Alles kan inspiratie zijn. Zelfs badmode of een darts-toernooi.
- Ik ben er klaar voor om per ongeluk mijn handen iets te enthousiast in het zonlicht te steken, puur om complimentjes uit te lokken.
Kortom: mocht je mij binnenkort tegenkomen, kijk niet raar op als ik zonder aanleiding mijn handen in je gezicht steek met de woorden: “Kijk, ze passen bij m’n bikini hè?”
Je bent gewaarschuwd.








Praat je mee? Ik bijt niet (meer)!